Politiek

Rutte: 'Kabinet staat naast de boeren, we willen niet van ze af'

Premier Mark Rutte heeft een bezoek gebracht aan het hol van de leeuw. In het Overijsselse Vinkenbuurt sprak de leider van het kabinet in een volgepakte stal met 400 boeren over de stikstofcrisis.

Rutte stond bewust midden tussen de boeren. “Ik wil leren, luisteren. Ik wil horen wat er leeft en er zijn voor de mensen.” De zaal was gevuld met kritische en bezorgde boeren, vol met vragen. “We spraken vanavond iemand die gaat dadelijk beginnen, hij zit nu nog op school. Hij vroeg zich af of het nog wel kon. Ik zei: dat ga je dus gewoon doen. Daar sta ik voor. Maar we gaan echt nog wel even door een moeilijke fase”, aldus de premier.

Boeren hebben genoeg gedaan

Veel boeren vinden dat zij de afgelopen jaren al genoeg gedaan hebben om de stikstofuitstoot terug te dringen en natuurgebieden te beschermen. “Elk kevertje, elk plantje, elk vlindertje, moeten wij daarvoor boeten?”, vroeg een boze boer aan de premier.

Ook klonk er felle kritiek op minister van Landbouw Carola Schouten. Zij is niet in staat regie te voeren, klaagde een van de boeren. “Linkse ambtenaren zwaaien de scepter op haar ministerie.” Toen Rutte het voor zijn landbouwminister opnam, klonk er luid boegeroep.

‘Pittige avond’

Rutte vond het een pittige avond in Vinkenbuurt: “Heel kritisch publiek. Dit is een trotse sector, heel belangrijk voor Nederland, waar de laatste jaren al heel veel van gevraagd is. En nu zitten we weer met de stikstofellende. Weer kijken we ook naar deze sector. Niet omdat de boeren een probleem zijn, maar omdat we ze nodig hebben bij de oplossing. En mensen denken: ja, vriend, hoe gaan we dat doen?”

Lees ook: Dossier over de stikstofcrisis

Volgens de premier komt het kabinet volgende week met meer duidelijkheid over de maatregelen om de stikstofcrisis te bestrijden. De boeren zijn er niet gerust op. Rutte begrijpt hun zorgen, maar probeert die toch weg te nemen. “We gaan dit stap voor stap aanpakken. We gaan zorgen dat er genoeg geld is zodat boeren die door willen ook door kunnen. Dat deze sector ook kan blijven innoveren. Dat er een toekomst is voor jonge boeren.”