Opmerkelijk

Donorkind Chantal (35) uit Oosterbeekse vruchtbaarheidskliniek nog steeds op zoek naar broers en zussen

Bij een vruchtbaarheidskliniek in Oosterbeek zijn waarschijnlijk in de jaren zeventig en tachtig veel te veel kinderen geboren die afkomstig waren van dezelfde donoren. Een Oosterbeker van 82 jaar denkt zelfs dat hij 150 nakomelingen heeft.

De man is tot die conclusie gekomen nadat hij destijds een paar gesprekken heeft gehad met de arts die de kliniek runde. Die vertelde de man dat hij jaarlijks zo’n tien kinderen heeft verwekt met het zaad van de donor. De man doneerde 15 jaar lang. Die rekensom is dus snel gemaakt.

Geen administratie

Chantal van Essen is nu 35 jaar. Haar ouders woonden in Veghel en zijn naar de kliniek in Oosterbeek gegaan toen bleek dat hun kinderwens niet op de ‘normale’ manier kon worden vervuld. Zo lang ze zich kan herinneren heeft ze het gevoel gehad dat er iets niet klopte. Toen ze 13 jaar was werd dat gevoel bevestigd. Haar moeder en ‘vader’ vertelden dat Chantal een donorkind is.

Daar werd meteen bij gezegd dat ze niet verder hoefde te zoeken, want de Oosterbeekse vruchtbaarheidskliniek waar de behandeling had plaatsgevonden, had geen administratie bijgehouden. De enige reden dat ze het Chantal vertelden, was uit angst dat het meisje er anders van een ander familielid over zou horen.

Zoektocht naar familie

Toch ging Chantal op zoek. En inmiddels weet ze dat ze in ieder geval twee halfzussen heeft, die allebei een stuk ouder zijn dan zij. ”De een is 6 jaar ouder, de ander 7 jaar. Dat betekent in ieder geval dat onze biologische vader een aantal jaren heeft gedoneerd. Hoe lang en hoe frequent, dat weten we niet.”

Chantal weet wel zeker dat de Oosterbeker die denkt dat hij 150 nakomelingen heeft, niet haar biologische vader is. Dat is uitgesloten door middel van DNA-onderzoek.

Geschrokken

Stichting Donorkind probeert al jaren lang donoren en donorkinderen aan elkaar te linken en met elkaar in contact te brengen. De Oosterbeekse kliniek was hen niet onbekend en op zich was de werkwijze van de kliniek wel passend voor de tijdsgeest. ”Destijds waren de klinieken en de artsen erg bezig vanuit het oogpunt om stellen te helpen met hun kinderwens. Daarbij was het ook heel normaal om alles anoniem te doen. Er werd destijds eigenlijk geen aandacht besteed aan de sociale gevolgen voor het kind”, aldus Ties van der Meer van de Stichting Donorkind.

Maar toen hij hoorde dat een donor wellicht 150 nakomelingen heeft, schrok hij wel. ”Dat is ook voor die tijd medisch onverantwoord. Die klinieken werkten vaak behoorlijk regionaal en als je in zo’n klein gebied zoveel nakomelingen hebt van één donor, dan is het risico dat die donorkinderen elkaar treffen als partner natuurlijk wel heel groot. En dan is er een grote kans dat er afwijkingen zijn als er een kind uit zo’n relatie wordt geboren.”