112

Nieuwe onderzoekstechnieken leiden tot doorbraak cold cases

De politie heeft vrijdag bekendgemaakt dat het afgelopen dinsdag een 58-jarige Schiedammer aangehouden als verdachte van moorden op prostituees in Rotterdam in de jaren 80 en 90. Rechercheurs van het cold-caseteam van de politie Eenheid Rotterdam pakten de vermoedelijke seriemoordenaar op.

Bijna dertig jaar lang leverde een DNA-profiel van een spoor in een moordzaak uit de jaren ’90 geen enkel aanknopingspunt op voor het politieonderzoek. Totdat met de nieuwste technieken werd ingezoomd op het stukje DNA dat alleen van vader op zoon wordt overgedragen, het Y-chromosoom.

Begin nieuwe zoektocht dader

Dit was het begin van een zoektocht naar familie van de mogelijke dader. Een zoektocht die deze week resulteerde in de aanhouding van een 58-jarige man uit Schiedam. Hij wordt verdacht van twee moorden.

Het cold case team van de politie-eenheid Rotterdam schakelde de hulp van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in om nieuwe onderzoeksmogelijkheden te verkennen. Alle betrokkenen bleven de afgelopen jaren vastberaden zoeken naar cruciale informatie.

“Dit onderzoek heeft me jarenlang bezig gehouden”, vertelt DNA-deskundige Arnoud Kal. “Niet dat ik er steeds fulltime aan werkte, maar dit was een enorm complex en intensief onderzoek dat naast alle andere onderzoeken toch continu op de achtergrond bleef doorlopen.” Kal is coördinator van het team DNA-deskundigen en laboranten dat de afgelopen jaren veel inspanningen heeft verricht om de politie verder te helpen in hun onderzoek.

Beter DNA-profiel dankzij nieuwe technieken

“We hadden eerder al een DNA-profiel verkregen van een spoor dat in de jaren 90 door de politie was veiliggesteld op de plaats delict. Het DNA-onderzoek stond toen nog in de kinderschoenen vergeleken met nu. Het verkregen profiel was op dat moment dan ook niet geschikt voor opname in de DNA-databank voor strafzaken.

In 2005 hebben we met sterk verbeterde technieken een beter DNA-profiel kunnen maken van het spoor zodat het profiel toen wel geschikt was voor opname in de databank. Helaas leverde dit toen nog geen match op. Elk nieuw DNA-profiel dat in de jaren daarna werd opgenomen, werd automatisch vergeleken met alle reeds aanwezige profielen in de databank.”

Nieuwe kansen met DNA-verwantschapsonderzoek

In 2012 trad de nieuwe DNA-wetgeving in werking die DNA-verwantschapsonderzoek mogelijk maakte. Hierdoor kon vanaf dat moment met het DNA-profiel van het spoor ook in de DNA-databank gezocht worden naar familieleden van de mogelijke dader. Maar ook dit onderzoek gaf niet het gewenste resultaat, er werd geen familielid gevonden.

Grensverleggend onderzoek

“Het DNA-profiel van het daderspoor bleek een kenmerk te bevatten dat in de Nederlandse bevolking zeldzaam is”, legt Kal uit. “Maar het kenmerk erft met 50% kans over van ouder op kind, het is binnen families dus niet zeldzaam”. Dit principe bracht Kal op het idee om het verwantschapsonderzoek uit te voeren met dit ene kenmerk van dit DNA-profiel. Het OM verleende hiervoor toestemming aan het NFI en de zoektocht in de DNA-databank voor strafzaken begon opnieuw.

In de databank bleek dat 0,3% van de destijds opgeslagen profielen, oftewel circa 500 mannen, net als het spoor het zeldzame DNA-kenmerk hadden. Van deze 500 mannen werd een Y-chromosomaal DNA-profiel gemaakt.

Een zoektocht met een Y-chromosomaal profiel concentreert zich op het DNA dat onveranderd van vader op zoon wordt doorgegeven. Daardoor hebben ook verre verwanten zoals achterneven in mannelijke familielijn hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel. Bij dit onderzoek werd ook de expertise ingeroepen van DNA-experts Prof. De Knijff van de afdeling humane genetica van het LUMC en Prof. Decorte van UZ Leuven.