OM moet besluit nemen in zaak Dost

Het Openbaar Ministerie moet voor 1 januari een besluit nemen in de zaak Willeke Dost. Dat heeft de rechtbank in Assen maandag bekendgemaakt.

De 15-jarige Willeke verdween in de nacht van 14 op 15 januari 1992 in het Drentse Koekange, waar zij destijds bij een pleeggezin woonde. Sindsdien wordt het meisje vermist.

In juni 2010 werden de pleegmoeder en -broer van Willeke opgepakt op verdenking van betrokkenheid in deze verdwijning. Een week later mochten ze weer naar huis, maar ze bleven wel verdachten in de zaak. Sinds 2009 doet justitie opnieuw onderzoek. Ze gaat daarbij uit van een misdrijf en niet – zoals in de jaren 90 – van een vermissingszaak.

Hiervoor werden 165 getuigen gehoord. De tegenstrijdige verklaringen die door de leden van de pleegfamilie werden afgelegd, leidden in 2010 tot de tijdelijke aanhouding van de pleegmoeder en -broer. Rondom en in de boerderij in Koekange, waar Willeke destijds verbleef, werd tot vorig jaar september gegraven en gezocht naar sporen. Zonder resultaat.

Toch heeft justitie dit dossier nog niet gesloten. ,,Zolang het getuigen- en forensisch onderzoek nog niet volledig zijn, kunnen wij geen besluit nemen. De rechtbank heeft ons nu een deadline gegeven. We willen de zaak goed afronden en nemen de tijd die hier nog voor staat”, aldus een woordvoerster van het OM in Assen maandag.