De uitkomsten van het onderzoeksrapport naar de zaak Milly Boele, dat woensdag in Dordrecht wordt gepresenteerd, zijn dinsdag al uitgelekt. Zo blijkt uit het rapport dat politie en justitie in Dordrecht de verdwijning van Milly Boele aanvankelijk hebben onderschat.
Het duurde te lang voordat alle middelen werden ingezet om het 12-jarige meisje zo snel mogelijk op te sporen. Het srapport is opgesteld naar aanleiding van de verdwijning en de wijze waarop politie en justitie opereerden. Het meisje verdween op 10 maart. Haar lichaam werd pas zes dagen later gevonden in de tuin van een buurman, politieman Sander V.. Hij heeft bekend dat hij haar al op de dag van haar verdwijning heeft vermoord. Volgens de onderzoekers had veel sneller een groot onderzoek moeten worden opgestart. Dat gebeurde niet omdat de leiding van mening was dat het een normale vermissing betrof. Agenten hadden echter al snel in de gaten dat de zaak ,,zorgwekkend was. Daar kwam nog eens bij dat net voor de verdwijning Milly haar moeder nog aan de telefoon had gehad. Milly moest plotseling ophangen omdat de buurman, met een van de katten voor de deur stond. Volgens een strafrechtgeleerde was dat voldoende rechtvaardiging om in de buurt huiszoekingen te doen.

