De procedure van de Afghaanse Sahar Hbrahim Gel die na een lang verblijf in Nederland niet naar Afghanistan wil worden teruggestuurd, staat niet op zichzelf. Nederland telt nagenoeg vierhonderd vergelijkbare gevallen.
Dat heeft Gerd Leers, minister van Immigatie en Asiel maandag geantwoord op vragen van de Tweede Kamer. Het betreft een schatting die de minister maakt op basis van cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Van de groep mogen er ruim honderd een lopende procedure afwachten, de rest heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland.
Ook Sahar en haar familie mogen de afloop van een rechtszaak nog afwachten. Leers ging eind januari in beroep tegen een uitspraak van de rechtbank in Den Bosch dat zij voorlopig mogen blijven. Leers tekende beroep aan om duidelijkheid te krijgen over de vraag of verwestering van een Afghaanse meisje door langdurig verblijf in Nederland reden moet zijn om hier te blijven. Dat zij hier zo lang is komt volgens hem door de procedures die ze steeds maar weer aanspant.
Bij de IND staan ruim 3400 Afghaanse meisjes en meerderjarige vrouwen geregistreerd die Nederland in wilden, maar geen vergunning hebben gekregen. Bijna vijfhonderd van hen mogen blijven zolang hun procedure nog loopt, de rest moest Nederland uit. Hoeveel van deze groep nog illegaal in Nederland is, is niet precies bekend.
Bron: ANP


